Ik las “De grote stilte” van John Boyne. Het boek gaat over een Ierse man, Odran, die als jongvolwassene toetreedt tot de katholiek kerk in Ierland, onder druk van zijn moeder, en uiteindelijk tot priester wordt gewijd.
Via Odran krijgt de lezer een kijkje in de binnenwereld van de conservatieve katholieke kerk. Er ontstaan vriendschappen tussen de paters, maar er gebeuren dingen die het daglicht niet kunnen verdragen. Zo is er het grote schandaal van het kindermisbruik binnen de kerkmuren. Er heerst een doofpotcultuur: wel horen en wel zien, maar vooral zwijgen.
Ook in Odrans eigen leven heeft zich een ingewikkeld familiedrama voltrokken. Zijn depressieve vader heeft in een uiterste wanhoopspoging zijn zoontje meegenomen in een verdrinkingsdood. Odran voelt zich daar schuldig over, en zijn moeder verandert op slag in een ultiem devote, aan de kerk toegewijde, vrouw. Zijn enige zus, met wie hij een goede band had, verdwijnt in haar eigen wereld van dementie. En een van haar kinderen, Aidan, wordt ook slachtoffer van het zedenmisdrijf.
Wist Odran af van alles wat er om hem heen, binnen en buiten de kerk gebeurde, of heeft hij aldoor weggekeken?
Hij raakt door de gebeurtenissen gedesoriënteerd binnen kerk en samenleving, en ook in zijn eigen leven. Uiteindelijk kijkt hij terug op alles wat er is gebeurd, en komt hij tot een een louterend inzicht.

Reacties