Motte ervaart de bittere realiteit van een gezin met een alcoholverslaafde vader.
Motte groeit op met de gevaren van overmatig alcoholgebruik. Haar grootouders en ook haar vader drinken. Ze heeft haar vader niet anders gekend, dan ladderzat thuiskomend, zijn roes uitslapend op de bank. Vaak gaat hij “even een boodschapje doen”, “even een blokje om”, maar komt pas laat, en stomdronken thuis.
Uiteindelijk wordt hij een levend wrak, krijgt ook nog een klap door een auto-ongeluk, en bezwijkt tot slot aan kanker. Zijn lichaam kan de chemotherapie niet meer aan. Hoeveel ellende kun je over je heen krijgen als opgroeiend kind? Broer en zussen gaan er verschillend mee om. Gevoelsmatig trekt Motte meer naar haar vader, zeker als hij nuchter is. Dan is hij aimabel en gevoelig. Haar broer trekt meer naar de moeder, zakelijk en van het aanpakken en dóórgaan.
In het dorp wordt het gezin allengs met lede ogen aanschouwd en met de rug aangekeken.
Ook Motte, weerstaat de verleiding niet en drinkt regelmatig een glaasje schnaps of wijn, of een pilsje teveel. Hoe kan het ook anders, als je vader je ten voorbeeld is. In haar nieuwe relatie wordt het niet veel beter: ook haar vriend is alcoholist.
Zo staat ook zij aan de rand van de afgrond.
Na de dood van haar vader is er het verdriet, de leegte, het gemis, en probeert zij de draad van haar leven weer op te pakken.
Wat las ik?
Ik las:

Reacties