“De wederhelft” doet me terugdenken aan de jaren ‘70, toen ik in de ban was van Jean Paul Sartre en vooral van Simone de Beauvoir, als boegbeelden van het existentialisme en de (vrouwen)emancipatie in die jaren.
“De wederhelft” van Gun-Britt Sundström verscheen in Zweden in 1976 en werd daar een groot succes.
Het gaat over een vrouw en een man. Ze ontmoeten elkaar in hun studentenjaren, met als decor de universiteit, de studentenprotesten en de Vietnam-oorlog. Ze worden verliefd, maar ze kunnen zich niet blijvend aan elkaar verbinden. Gustav zou wel willlen trouwen, maar Martina is panisch als ze er aan denkt haar vrijheid te moeten opgeven voor een huisje-boompje-beestje-bestaan.
De relatie gaan aan en gaat uit, keer op keer.
Martina vertelt het verhaal en laat haar worsteling, haar drang naar onafhankelijkheid, verdriet, en ook eenzaamheid zien.
Uiteindelijk kiezen de beiden niet voor elkaar. Maar ze sluiten ook niet uit, dat óóit, in een bejaardentehuis of zo, in een verre verre toekomst ze elkaar tòch nog weer zullen ontmoeten.

Reacties